In waarschijnlijk iedere muziekvereniging in Vlaanderen bestaat er een "klein muziekske". Doel hiervan was en is meestal nog op te treden bij kleinere festiviteiten waar het aantreden van het hele korps zich als wat te oudbollig zou voordoen. Ook bij de harmonie 'De Goede Vrienden' uit Tielt was dat al van in de vroege jaren 1900 het geval. Het is uit hun klein muziekske dat de harmonie 'Vermaak na Arbeid' is ontstaan, we schrijven anno 1926.

Enkele jaren na de stichting van de harmonie 'Vermaak na Arbeid', vermoedelijk reeds in 1928, werd opnieuw een 'klein muziekske' opgericht. Nu in de schoot van Vermaak na Arbeid. Zij noemden zichzelf "De Ware Vrienden" maar waren beter gekend als "Quickels muziekske" en stonden vooral in voor het verzorgen van optredens bij kampioenenvieringen van o.a. schuttersverenigingen en vinkeniersbonden, alsook straat- en wijkfeesten. Het nog niet bestaan van ploegenwerk en de nog niet als heden uitgebouwde sociale wetgeving lieten vlot toe een halve dag werkverlet te nemen om die later al dan niet in te halen. De muzikanten van het klein muziekske kregen bovendien een vergoeding voor hun optredens. Zo was het nooit een probleem om muzikanten te vinden die hun job ruilden voor deelname aan een feestelijke dag. Dat veranderde wel enkele jaren na de Tweede Wereldoorlog.

Gewoonlijk bestond die formatie uit een tiental muzikanten met een toch enigszins uitgebalanceerde bezetting; meestal een paar klarinetten, bugel, cornet, trompet, bariton, trombone, bas of bombardon aangevuld met een kleine en grote trom. Ze hadden hun eigen repertorium van marsen, polka's, walsen, mazurka's, charlestons, scottisch, gavottes en andere dansen die toen aan de orde waren. Vooral speelden ze bij cafébezoek op het gehoor af de schlagers van toen, afgeluisterd van de fonograaf. De radio was toen nog niet algemeen ingeburgerd. Die kentering kwam maar vlot op gang vanaf de jaren dertig toen de radio's op netstroom konden spelen. De muzikanten waren dus de herauten van wat nu langs de feestvierende straten en over manifestaties wordt uitgegalmd. Het klein muziekske bleef die opdrachten waarmaken tot bij het uitbreken van WO II. Na de oorlog startten ze opnieuw doch enkelen hadden afgehaakt en de rest voelde zich ook een jaartje ouder geworden. Het was dus niet meer dat.

Aimé Verhelle, één van de resterende leden van het oude klein muziekske nam in 1947 het initiatief om, met vooral opgangmakende jonge muzikanten, een totaal nieuwe formatie op te starten. Enkel hijzelf als bombardon, Florimont Vercampt als tamboer en Leon Declercq op grote trom bleven van de oude lichting over. Als aankomend talent werden aangezocht : Julien Verbrugge (klarinet), Marcel Debacker (bugel), Marcel Devolder (trompet), André Bekaert (alto), Frans De Craemer (trombone), André Devos (tuba) en nog enkelen waarvan we niet weten wie ze waren. Als vast repertorium benutten ze een uitgave van "l'Aurore Boréale", een toen zelfs door kleine fanfares en harmonies veel gebruikt album met arrangementen van eenvoudige marsen en dansritmes. Als aankomend jong muzikant kreeg je op die manier de kans een solopartij te spelen en spoorde het je aan om je te bekwamen.

Na enkele jaren haakte Aimé Verhelle af en nam Marcel De Backer de leiding op zich. De formatie veranderde met regelmatige tussenpozen. Door vrijages, huwelijken, meningsverschillen en verhuizingen diende regelmatig in opvolging te worden voorzien. Kwamen er o.a. bij : Roger Geluwie, Edmont Vervaecke, Albert Van Hecke, Omer en Herman Vermeulen, Maurice, Norbert en Arséne Verhelle, Etienne Van Simaey, Noël Cnockaert en nog vele anderen. Kortom, al wie zich jong voelde en enig talent bezat, is ooit wel eens met het klein muziekske op stap geweest.

Niet alle chefs van de harmonie Vermaak na Arbeid (want het klein muziekske maakte toen nog altijd deel uit van de harmonie) waren het klein muziekske genegen. Van sommigen kreeg je zelfs tegenwind. Albert D'Haveloose stond er positief tegenover. Dorsan Nolf daarentegen, lid van het vooroorlogse klein muziekske, verwenste al wie van dat ensemble deel uitmaakte. Ook Van Hecke, die er nochtans deel had van uitgemaakt toen hij z'n verleden moest aanzuiveren, bestempelde ze, eens hij dirigent van de harmonie was, als "kasseiblazers". Eens beroepsmuzikanten de leiding van het korps op zich namen, was meteen de weerstand tegenover al wie in het klein muziekske aantrad, weggenomen. Sommigen zouden zelfs aangedrongen hebben om bepaalde jonge talentvolle jongeren op te nemen ten einde ze aan zelfvertrouwen te laten winnen.

Arsène Couwelier was de volgende die zich als chef zou aandienen. Hij zou zich ontpoppen als de grote bezieler van het klein muziekske. Hij heeft er bergen werk voor verzet. Naast Arsène waren Luc en Marc Vermeersch, Roger Van Moen, Luc en Willy Moors, André Ailliet, André Lafosse zowat de bijzondersten uit de jaren zeventig. Noël De Rammelaere, Freddy Verschuere en Maurice Ameye hoorde je aan het slagwerk. De groep bleef geruime tijd met dezelfde bezetting, toen nog altijd onder de vleugels van Vermaak na Arbeid. Ze luisterden af en toe, dan meer in een verkapte orkestvorm, festiviteiten op met dansmogelijkheid die in een feest- of gelagzaal werden gevierd.

Arsène Couwelier

De opdrachten voor de Tieltse verenigingen verminderden. Enerzijds was er de algemene malaise in het verenigingsleven, anderzijds de relatief zware belasting (vergoeding en traktaten) op het budget van de organiserende maatschappij die de inbreng van een klein muziekske met zich meebrengt.

Maar toen kwam stoetenbouwer Frans Vroman op de pinnen. Hij engageerde, naast nog een aantal andere ensembles, het Tieltse klein muziekske als smaakmakers voor de talrijke stoeten die hij in binnen- en buitenland regisseerde. De titel "klein muziekske" was eigenlijk nietszeggend en voor de aanpak van Vroman niet aantrekkelijk genoeg om op de affiche te plaatsen. Het moest iets worden dat lef, dat standing uitstraalde. Zo werd de naam "Tieltse Blaaskapelle" bedacht. Vele jaren werd op die manier verder gewerkt, de ene keer al wat gemakkelijker dan de andere keer. Vooral de doordeweekse uitstappen deden Arsène heksentoeren uithalen om de nodige muzikanten samen te brengen.


De "Tieltse Blaaskapelle" ging tijdens de jaren 80 stilaan een eigen leven leiden en vervreemde steeds meer van de moedervereniging. De enige binding was dat de contracten via het muziekkorps werden afgesloten, want toen was het "klein muziekske" geen zelfstandige vereniging. De harmonie kreeg voor de medewerking een kleine vergoeding, de rest ging naar de blaaskapelle. Muzikanten die de harmonie verlieten, bleven, veelal voor de aantrekkelijke uitstappen en de ermee samengaande vergoeding, het klein muziekske trouw. In zoverre zelfs dat de "Tieltse Blaaskapelle" maar weinig muzikanten meer telde die tevens lid waren van Vermaak na Arbeid. Toen bezieler Arsène Couwelier wegens ziekte wegviel, namen achtereenvolgens Luc Vermeersch en Rik Couwelier (zoon van Arsène) de leiding op zich. Heel wat jaren bleef de blaaskapelle op hetzelfde elan doorgaan, tot er dan toch eind jaren 90 een terugval was.

Luc Vermeersch

Rik Couwelier

Wegens tijdsgebrek moest Rik verschillende keren verstek laten gaan, de leiding werd toen overgenomen door Patrick Borms. Ondertussen waren steeds meer muzikanten terug lid van de moedermaatschappij Vermaak na Arbeid. De muzikanten die de leiding hadden over de blaaskapelle werden ook ingeschakeld, doordat oudere muzikanten afhaakten, in het bestuur van de harmonie. Het gevolg was dat de inzet voor de blaaskapelle, door tijdsgebrek, fel daalde. De optredens beperkten zich tot een 3-tal per jaar, de blaaskapelle was op sterven na dood.


Toch wilden enkel leden niet opgeven. Toen er sprake was dat Vermaak na Arbeid zou overschakelen naar een VZW en er geen plaats meer was voor het klein muziekske, was de stap snel gezet. Samen met de ontevredenheid over het reilen en zeilen in de harmonie en het zich er niet meer 'jeunen', zette deze reden die muzikanten aan om een zelfstandige vereniging te worden blijvend onder de naam "Tieltse Blaaskapelle". Na wat speurwerk en enkele informatiegesprekken met het oude bestuur, werd de "Tieltse Blaaskapelle" in november 2005 een zelfstandige vereniging. De mensen die dit realiseerden waren : afscheidnemende bestuursleden Rik Couwelier, Maurice Ameye en Noël Derammelaere. Bleef over van het oude bestuur : Patrick Borms, die meteen ook in het nieuwe bestuur plaats nam. Hij werd ondersteund door volgende nieuwe bestuursleden : Lieven Casteleyn, Franciska Spiesschaert, Jerry Verfaillie en Luc Vermeersch. Kort daarna traden ook Hein Samyn en Hannelore Desmet toe tot het bestuur.

Een paar jaar later vond een nieuwe herschikking plaats binnen het bestuur. Dit was als volgt samengesteld: Luc Vermeersch (voorzitter), Lieven Casteleyn (secretaris), Jerry Verfaillie (penningmeester), Patrick Borms (muzikale leiding), Manu De Boever (PR-verantwoordelijke). Hiernaast fungeerden Carine Vande Vijvere en Christine Verschatse als logistieke medewerkers.

Luc Lieven Jerry Patrick Manu
Luc Vermeersch Lieven Casteleyn Jerry Verfaillie Patrick Borms Manu De Boever

Recent heeft Lieven Casteleyn echter beslist om te genieten van zijn welverdiende rust en zijn muzikale engagementen binnen de Blaaskapelle stop te zetten.

Tot op vandaag bestaat de volledige bezetting van de Tieltse Blaaskapelle uit een 25-tal muzikanten. Zij kunnen putten uit een avondvullend repertoire (marsen, polka's, walsen, slows, tango's, sfeermuziek, potpourri, swing, ...) dat niet alleen het Duitse genre bevat maar ook uiteenlopende dans- en ambiancemuziek. Zo wordt de blaaskapelle omgetoverd tot een dansorkest. De Tieltse Blaaskapelle engageert zich om, buiten het klassieke programma van de harmonie, eens een ander en luchtiger genre muziek te brengen. Dit aparte genre van blaaskapelmuziek kwam nog niet voor in de vele muzikale verenigingen die Tielt rijk is. Zij engageren zich voor zowel podiumoptredens als straatoptredens zoals braderijen, rommelmarkten, tuinfeesten, stoeten, enz. Ook een uitgebreide verzameling kerstmuziek behoort tot het repertorium.
Groepsfoto

Sinds hun prille ontstaan waren zij, naast enkele plaatselijke optredens, al te gast te Szamotuly (Polen) voor het opluisteren van de Szamotulydagen van 18 tot 22 mei 2006, en dit in opdracht van de Tieltse toeristische dienst. In deze zusterstad werd hun optreden heel enthousiast onthaald. Dat dit niet overdreven is kan je het beste zelf ondervinden door hen eens te komen beluisteren. Voor de data kunt u ten allen tijde terecht op de kalender.

Sinds 2017 vond opnieuw een wissel plaats in het bestuur. Luc Vermeersch besloot om geen voorzitter meer te zijn. Er kwam een nieuwe dirigent, Mario Spiessens, en Manu De Boever staat nu in voor Pers/PR en het secretariaat. Daarnaast is Patrick Borms wel bestuurslid gebleven na het doorgeven van het dirigeerstokje.

Copyright 2015 - Tieltse Blaaskapelle. All rights reserved.
Like us on